Dutch language topic - family. Relatives in Dutch.

A word list for members of the family in Dutch.
1familie
2moeder
3vader
4ouders
5zoon
6dochter
7kinderen
8zus
9broer
10grootmoeder
11grootvader
12grootouders
13overgrootmoeder
14overgrootvader
15kleinzoon
16kleindochter
17tante
18oom
19nicht
20neef
21neef